|
Schotvaardig februari 2000 NIEUWE ARBOWET (1998) Op 1 november 1999 is de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in werking getreden. Deze nieuwe wet laat voor werkgevers en werknemers meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Onderdeel van de nieuwe wet is de verplichting voor bedrijven om een plan van aanpak van arbeidsomstandigheden op te stellen en de voortgang hiervan jaarlijks te evalueren. Risico-inventarisatie en evaluatie Een belangrijk onderdeel van het arbeidsomstandigheden-beleid is de risicoinventarisatie en evaluatie (RI&E). Hierdoor wordt inzicht verkregen in de gevaren die zich binnen het bedrijf kunnen voordoen. Jaarlijkse rapportage Tenminste èènmaal per jaar moet de werkgever met de werknemers overleggen en rapporten over de voortgang in de uitvoering van het plan van aanpak. Bij kleine bedrijven waar geen ernstige gevaren verwacht mogen worden en het plan van aanpak beperkt is, kan de rapportage beperkt blijven tot het verslag van het overleg. Uitvoering De werkgever moet ervoor zorgen dat duidelijk is wie welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft. Daarnaast is hij verplicht de werknemers voor te lichten over hun taken en de daaraan verbonden risico's. Bedrijfshulpverlening De werkgever moet èèn of meer werknemers aanwijzen, die de bedrijfshulpverlening op zich nemen. Zeggenschap In de nieuwe wet is bepaald dat werkgever en werknemers moeten samenwerken bij de uitvoering van het arbobeleid. De werkgever dient overleg te voeren met de Ondernemingsraad,met de personeelsvertegenwoordiging of met de werknemers. Handhaving en boete De Arbeidsinspectie gaat actief controleren of men zich aan de Arbowet houdt. ZIEKENFONDS VOOR KLEINE ZELFSTANDIGEN Sinds 1 januari 2000 zijn ook zelfstandigen met een gemiddeld inkomen onder de inkomensgrens verplicht verzekerd voor het ziekenfonds. De voorwaarden: 1 . de ondernemer moet als zelfstandige verzekerd zijn voor de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen); 2. het gemiddelde belastbaar inkomen is minder dan ƒ 41.200. Jaarlijkse toetsing De belastingdienst toetst jaarlijks de gegevens van zelfstandigen aan de voorwaarden van de ziekenfondsverzekering en verstrekt aan alle ondernemers, die voor de WAZ verzekerd zijn , een "verklaring verplichte ziekenfondsverzekering zelfstandigen", waarin staat of de ondernemer aan de voorwaarden voldoet. Premiebetaling De ziekenfondspremie bestaat uit: - een vast deel (nominale premie); - een percentage van het belastbare inkomen over het jaar 2000. FISCALE BEWAARPLICHT GEAUTOMATISEERDE ADMINISTRATIE Volgens wettelijke bepaling moet de gehele administatie van een onderneming 7 jaar worden bewaard*). Als (een deel van) de administratie met een computer wordt gevoerd, geldt deze bewaarplicht ook voor diskettes, tapes en cd-rom's voor zover deze gegevensdragers van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. Vaste gegevens Onder vaste gegevens of stamgegevens wordt verstaan gegevens die voor verschillende transacties gelden en die binnen een systeem vaak worden gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn: adresgegevens van debiteuren en crediteuren, artikelnummers en prijslijsten. Ook deze gegevens moeten 7 jaar worden bewaard. NIEUWE PENSIOENWETGEVING Op 1 juni 1999 is de Wet fiscale behandeling van pensioenen in werking getreden. In deze wet wordt tegemoet gekomen aan de toenemende behoefte aan flexibilisering en individualisering van pensioenen. Pensioenleeftijd De leeftijd waarop het pensioen in moet gaan is variabel, maar mag niet langer worden uitgesteld dan tot 70 jaar. Prepensioen Als vervanging van een VUT regeling kan een prepensioenregeling worden toegezegd. In tegenstelling tot de VUT regeling valt deze prepensioenregeling onder de Pensioen-en Spaarfondsen Wet. LEZING BELASTINGHERZIENING 2001 GOED BEZOCHT Op 10 november 1999 hebben we onder grote belangstelling een informatieavond verzorgd over het wetsvoorstel belastingherziening 2001. Voor de pauze werden door de sprekers de algemene wijzigingen en de onderwerpen voor de ondernemers nader toegelicht. Na de pauze onstond een levendige discussie met de inleiders waarin vele vragen uit de zaal deskundig werden beantwoord.
WIJZIGINGEN IN HET WETSVOORSTEL BELASTING-HERZIENING 2001 Na kritiek vanuit de Tweede Kamer hebben de Minister en Staatssecretaris van Financiën het wetsvoorstel op een aantal punten ingrijpend gewijzigd. Hieronder volgen de wijzigingen: Verbeteringen inkomens-effecten specifieke inkomensgroepen Om de inkomenspositie van mensen met kliene -en middeninkomens en ouderen met een klein pensioen te verbeteren zijn een aantal wijzigingen voorgesteld. Lijfrente en kapitaalverzekeringen De lijfrenteaftrek zonder toetsing blijft gehandhaafd, maar op een bedrag van ƒ2.200 per belastingplichtige. Lopende kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten voor 14 september 1999 blijven tot maximaal ƒ 272.000 belastingvrij. Tarief aanmerkelijk belang De verhoging van het tarief tot 30% gaat niet door. Het tarief blijft gehandhaafd op 25%. De aftrekmogelijkheden worden echter beperkt. Aanpassing box 3 Belastingschulden zijn niet aftrekbaar. Daarnaast blijven ook schulden tot ƒ5.509 buiten beschouwing. Commanditaire vennoten Commanditaire vennoten blijven ondernemer en houden ondernemersfaciliteiten zoals de willekeurige afschrijving en de investerings-aftrek. Geen recht bestaat op de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek, de stakingsvrijstelling en de toevoeging aan de fiscale oude-dagsreserve. De inkomsten vallen in box 1 (progressief belast). Beperking duur hypotheekrenteaftrek
De periode waarin de hypotheekrente kan worden afgetrokken wordt beperkt tot 30 jaar.
KORTE BERICHTEN De loongrens voor de Ziekenfondswet is per 1 januari 2000 verhoogd naar ƒ 64.600 (1999 ƒ 64.300). Het tarief vennootschapsbelasting is verlaagd naar 30% over de eerste ƒ 50.000 winst. Groottecriteria jaarrekeningregime gewijzigd. De grenzen voor de toepassing van het kleine- en middelgrootte jaarrekeningregime (voor onder o.a. B.V.'s) zijn verhoogd. Optieverzoek belaste verhuur overbodig. Om btw heffing mogelijk te maken over de verhuur van onroerend goed, moesten verhuurder en huurder gezamenlijk een verzoek indienen bij de inspecteur der belastingen. Deze verplichting is vervallen. In beginsel is de verhuur van onroerend goed vrijgesteld van omzetbelasting. Om toch omzetbelasting in rekening te kunnen brengen en daardoor ook de omzetbelasting op bijvoorbeeld de onderhoudskosten in aftrek te kunnen brengen, bestaat de mogelijkheid om op gezamenlijk verzoek van de verhuurder en huurder, de verhuur wel met omzetbelasting te belasten. Om de regeling eenvoudiger te maken, kan het verzoek achterwege blijven als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Wij houden ons niet aansprakelijk voor eventuele onjuiste berichtgeving op deze pagina. Tevens wijzen wij u erop dat de aangeboden berichtgeving kan zijn achterhaald door latere wijzigingen.
|