Schotvaardig februari 2002

VERHUIZING KANTOOR ROTTERDAM
Na ruim 15 jaar gevestigd aan de Sliedrechtstraat, hopen wij in het voorjaar van 2002 onze vestiging Rotterdam te verhuizen naar de Stadionweg.

Toen wij ruim 15 jaar geleden op zoek gingen naar een nieuw pand voor ons kantoor, kregen wij van de Gemeente Rotterdam toestemming om het leegstaande gebouw van de Prinses Margriet kleuterschool aan de Sliedrechtstraat om te toveren in een kantoorruimte en de speelplaats (destijds nog inclusief de zandbak) te gaan gebruiken als parkeerterrein. De reacties tijdens ons "open huis" waren unaniem vol lof en wij kunnen stellen dat we er altijd met veel plezier hebben gewerkt.

Enige jaren geleden vonden wij het nodig om het pand aan de eisen van de tijd aan te passen maar inmiddels had de Gemeente vergaande plannen voor de ontwikkeling van de wijk en daarin paste op de huidige locatie geen ruimte meer voor ons kantoor: "onze" plek wordt nu woonruimte.

Om toch "op Zuid" gevestigd te blijven, zijn we tijdens onze nieuwe zoektocht terecht gekomen aan de Stadionweg. Daar op de 11e verdieping van het pand "Zuidpoort" met uitzicht op de stad en omgeving, hopen we weer een kantoorruimte gevonden te hebben, die de uitstraling heeft van een modern kantoor. We zullen vanaf die plaats onze dienstverlening aan u "op hoog niveau" continueren. Uiteraard zullen wij u op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

KANTINEREGELING 2002
Met ingang van 1 januari 2002 is de oude regeling voor het verstrekken van kantinemaaltijden aan het personeel weer van kracht.

Als u maaltijden verstrekt aan uw personeel moet over dit voordeel loonbelasting en premies werknemersverzekeringen worden afgedragen. Deze verstrekkingen worden gewaardeerd op € 1,85 voor een koffiemaaltijd en € 3,50 voor een warme maaltijd. Een eventuele eigen bijdrage door de werknemer komt op deze bedragen in mindering. De heffing vindt plaats bij de werkgever via een zogenaamde eindheffing.

Als medewerkers geen gebruik kunnen maken van een bedrijfskantine, kan u maaltijdvouchers verstrekken, waarmee de werknemer in een restaurant de maaltijd kan gebruiken. Deze vouchers hebben een geldswaarde, dit is dan het bedrag waarover loonbelasting en premies werknemersverzekeringen betaald moet worden.

De regeling voor vergoeding van de zakelijke maaltijden, (bijvoorbeeld bij overwerk) waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de eerste 80 zakelijke maaltijden in een kalenderjaar en de daaropvolgende maaltijd, blijft ongewijzigd.

RISICO'S BIJ VASTE ONKOSTENVERGOEDINGEN
Ter dekking van kleine kosten die werknemers maken bij de uitoefening van hun dienstbetrekking, zonder administratieve rompslomp van declareren van vele kleine bonnetjes, verstrekken veel werkgevers een vaste onkostenvergoeding.

Kosten die de werknemer maakt voor de verwerving van het loon kunnen belastingvrij worden vergoed als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de kosten worden gemaakt ter verwerving van het loon en;
  • de kosten zijn binnen de grenzen van redelijkheid noodzakelijk voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking.


DE NIEUWE UITSTELREGELING BELASTINGCONSULENTEN
De nieuwe uitstelregeling belastingconsulenten is van toepassing op aangiften vanaf het belastingjaar 2000. In de nieuwe uitstelregeling is de inleverdatum voor particulieren en ondernemers gelijk. Dit betekent dat wij alle aangiften over het jaar 2001 uiterlijk voor 1 maart 2003 moeten inleveren. Het inleveren moet volgens een schema dat door de belastingdienst wordt vastgesteld.

De mogelijkheid tot buitengewoon uitstel is vervallen en de belastingdienst ziet strikt toe op naleving van het inleverschema. Om verwarring met de belastingdienst over de inleverdata te voorkomen zullen wij de aangiften rechtstreeks aan de belastingdienst versturen.

ZELFSTANDIG ONDERNEMER OF WERKNEMER?
De laatste jaren is er steeds meer behoefte ontstaan aan een ander soort arbeidsrelatie. Meer mensen kiezen voor het zelfstandig ondernemersschap, zoals zelfstandigen zonder personeel (ZZP), freelancers en mensen die naast hun dienstbetrekking ook een onderneming voeren. Een groot probleem hierbij, met het oog op de fiscale en sociale verzekeringswetgeving, is het vaststellen of de werkzaamheden in dienstbetrekking worden verricht of als zelfstandige.

In zowel de fiscale- als sociale verzekeringswetgeving worden verschillende arbeidsverhoudingen gelijkgesteld met een dienstbetrekking, omdat ze maatschappelijk gezien daarmee vergelijkbaar zijn (de zogenaamde fictieve dienstbetrekking). Als er sprake is van een fictieve dienstbetrekking wordt de betreffende persoon in de heffing van loonbelasting en premieheffing betrokken als bij een echte dienstbetrekking. In de praktijk willen opdrachtgevers en opdrachtnemers graag zekerheid vooraf hebben over de juridische status van de arbeidsrelatie.

In de loop van 2001 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een wetsvoorstel ingediend waardoor opdrachtgevers en opdrachtnemers vooraf zekerheid kunnen krijgen over de juridische status van de arbeidsrelatie met betrekking tot de belasting, WAZ en werknemersverzekeringen. In het inmiddels (aangepaste en) door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel is opgenomen dat iemand met een door de Belastingdienst afgegeven zelfstandigheidsverklaring niet alleen voor de fiscale wetgeving maar ook voor de WAZ wordt aangemerkt als zelfstandige. Om ook de werknemersverzekering daarop aan te laten sluiten zullen de verschillende werknemersverzekeringswetten zodanig worden aangepast dat de persoon waaraan een zelfstandigheidsverklaring WAZ is verstrekt ook is uitgezonderd van de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. De verklaring moet worden aangevraagd bij de Belastingdienst en de beoordeling vindt plaats volgens fiscale criteria. Als de aanvrager als zelfstandige valt aan te merken, zal de uitvoeringsinstelling eveneens een zelfstandigheidsverklaring verstrekken. Verder is bepaald dat, als achteraf wordt vastgesteld dat de "zelfstandige" toch in een dienstbetrekking werkzaam is (geweest), de verschuldigde belasting en premies op de "werknemer" zullen worden verhaald.

Wat betekent dit voor de praktijk?
In de huidige praktijk bestaat er veel onzekerheid over de arbeidsrelatie van met name ZZP ‘ers. Als ze blijken te voldoen aan de criteria voor werknemers dan moet de opdrachtgever alsnog (vaak achteraf) de verschillende premies voldoen. Door de zelfstandigheidsverklaring voor de werknemersverzekeringen worden opdrachtgevers voortaan gevrijwaard van deze premieheffing. Als achteraf de uitvoeringsinstelling van mening is dat de werkzaamheden toch in (fictieve) dienstbetrekking worden verricht, zal de uitvoeringsinstelling dit moeten bewijzen. In dat geval is de "werknemer" de premies verschuldigd, tenzij de opdrachtgever in redelijkheid had kunnen weten dat de werknemer in (fictieve) dienstbetrekking tot hem stond. Het is dus ook nu nog van groot belang om te kunnen aangeven dat er bij een andere soort arbeidsrelatie geen sprake is van werken in dienstbetrekking.

GELDIG IDENTITEITSBEWIJS
De werkgever is verplicht een kopie van een geldig (niet verlopen) legitimatiebewijs van de werknemers op te nemen in de administratie. Geldige identiteitsbewijzen zijn: paspoort, toeristenkaart, gemeentelijke identiteitskaart of een verblijfsdocument. In het buitenlandse paspoort moet een "vergunning tot verblijf" zijn aangetekend.

Beschikt de werkgever niet over een geldig (niet verlopen) identiteitsbewijs, dan moet voor de afdracht van loonbelasting het anoniementarief (52%) worden toegepast.

NIEUWE REGELING AUTO VAN DE ZAAK
De auto van de zaak blijft de gemoederen en de wetgever bezighouden. In de huidige fiscale wetgeving worden woon-werk kilometers met de auto van de zaak als zakelijke kilometers aangemerkt. Om de fiscale behandeling van het woon- werkverkeer met een auto van de zaak meer in overeenstemming te brengen met het gebruik van de eigen auto is er (weer) een wetswijziging doorgevoerd.

Vanaf 1 januari 2002 worden de kilometers van woon-werkverkeer met de auto van de zaak als privé-kilometers aangemerkt als u minder dan 10 kilometer (enkele reis) aflegt. Woont u verder dan 30 kilometer van uw werk vandaan dan wordt het aantal kilometers boven de 30 (enkele reis) als privé-kilometers aangemerkt. Om de inkomenseffecten van deze maatregelen enigszins te verzachten is voor de jaren 2002 en 2003 een overgangsregeling getroffen.

Gedurende de jaren 2002 en 2003 wordt slechts een gedeelte van het woon-werkverkeer over een reisafstand minder dan 10 km of meer dan 30 km als privé aangemerkt. Voor 2002 is dit éénderde deel (max. 5500 km) en voor het jaar 2003 is dit tweederde deel (max. 8500 km). De kilometerklassen en percentages zijn door de aangepaste regeling ook bijgesteld.

Wij houden ons niet aansprakelijk voor eventuele onjuiste berichtgeving op deze pagina. Tevens wijzen wij u erop dat de aangeboden berichtgeving kan zijn achterhaald door latere wijzigingen.