Schotvaardig december 2005


Wijzigingen, wijzigingen en nog meer wijzigingen

U bent van ons gewend dat wij Schotvaardig in het begin van het nieuwe jaar uitbrengen. In verband met de veelheid aan wijzigingen hebben wij echter gemeend het tijdstip van onze uitgave te vervroegen en nog dit jaar Schotvaardig uit te brengen. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat een aantal zaken beslist nog dit jaar geregeld moeten worden. Uiteraard zullen wij voor die onderwerpen, waarnodig, contact met u opnemen.

Wij kunnen ons niet herinneren dat er in één jaar zoveel wijzigingen over ons heen komen. Er is veel nieuwe regelgeving op het gebied van Accountancy (WTA), het nieuwe zorgstelsel, de WIA (v/h WAO), de auto van de zaak, de levensloopregeling, pensioenen, om maar eens wat te noemen. Dit betekent veel werk en voorbereiding van onze afdelingen: Accountancy, de loonafdeling en de fiscale afdeling. Van een aantal veranderingen zal de werkgever weinig merken, maar daarentegen zijn er ook veel veranderingen waar wij de werkgever voor nodig hebben om tot de juiste beslissingen te komen. Er is al veel contact geweest, zoals u zult hebben gemerkt, en er zal hier en daar nog meer contact volgen.

Het gevaar van het in zo’n vroeg stadium uitbrengen van deze uitgave is, dat er nadien nog wat wijzigt, zoals bijvoorbeeld bij de bestelauto’s waar de regelgeving nog steeds in beweging is of bij andere onderwerpen waar de percentages nog kunnen veranderen of zelfs nog niet bekend zijn.

Tot slot nog iets over de WTA. Dit staat voor Wet Toezicht Accountantsorganisaties. Deze nieuwe en verscherpte regelgeving is inmiddels door de 2e kamer aangenomen. De behandeling in de 1e kamer vindt op dit moment plaats. De WTA is een uitvloeisel van enige “schandalen”, misslagen zo u wilt, in accountantsland en bij grote ondernemingen. Daarom heeft de overheid en uiteraard ook de EU gemeend nieuwe en strakkere regelgeving te moeten ontwerpen. Dit heeft voor onze beroepsgroep geresulteerd in meer werkzaamheden en formaliteiten. Wij zullen u de details besparen. Een onderdeel van deze regelgeving is de zogenaamde “collegiale toetsing”. Ook dit brengt weer extra formaliteiten met zich mee. U heeft dit al bemerkt of zult het zeker nog gaan bemerken. Wij zullen de extra formaliteiten en werkzaamheden, waarnodig, met u bespreken. Of er door strakkere regelgeving echt (bewuste) schandalen kunnen worden voorkomen wagen wij vooralsnog te betwijfelen. Dan bestaan er inmiddels ook nog de al eerdere ingevoerde richtlijnen met betrekking tot de MOT, de WID en de frauderichtlijn. Wij schreven hier al eerder over. U ziet weer genoeg administratieve verplichtingen.

Tot slot wensen wij u en daarmee ook onszelf veel sterkte om alle wijzigingen op een juiste en correcte wijze uit te voeren. Het zal ons beiden veel inspanning vergen, maar met elkaar zal het zeker lukken.


Belastingplan 2006 / VPB pakket 2006

Vennootschapsbelasting

Het tarief van de vennootschapsbelasting wordt in 2006 opnieuw verlaagd en naar alle waarschijnlijkheid in 2007 ook.

Jaar tarief tot € 22.689 tarief vanaf € 22.689

2005 27,0% 31,5%

2006 25,5% 29,6%

2007 24,5% 29,1%

Giftenaftrek

De maximum giftenaftrek voor de vennootschapsbelasting-plichtigen stijgt van 6% naar 10% van de winst.

Kostenaftrekbeperkingen voor de vennootschapsbelasting

Van de gemengde kosten, zoals de kosten voor representatie, voedsel, drank en congresbezoeken is vanaf 2006 voor alle vennootschapsbelasting-plichtigen die werknemers in dienst hebben 0,4% van het belastbare loon van alle werknemers tezamen, met een minimum van € 4.000, niet aftrekbaar. Er kan ook worden gekozen voor een niet aftrekbaar percentage van 25% van de werkelijk gemaakte kosten. Dan is er geen minimum. Voor de inkomstenbelasting geldt de bepaling van het belastbaar loon niet en is 25% van de werkelijk gemaakte kosten niet aftrekbaar.

Fictief loon

Het fictief loon voor de directeur grootaandeelhouder wordt per 1 januari 2006 verhoogd van € 38.118 naar

€ 39.000. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Kapitaalsbelasting

De kapitaalsbelasting wordt per 1 januari 2006 afgeschaft.

Kilometervergoeding

In het belastingplan 2006 is opgenomen een verhoging van de kilometervergoeding van 18 naar 19 eurocent. We houden u op de hoogte.

Wij wensen u ondanks alle wijzigingen prettige feestdagen en een gelukkig 2006

(evt. een leuk plaatje)


VUT EN PREPENSIOEN VERDWIJNEN

Per 1 januari 2005 is de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) ingevoerd. De wijzigingen ingevolge deze wet treden voor op 31 december 2004 bestaande pensioenregelingen op 1 januari 2006 in werking. De belangrijkste wijziging betreft de pensioeningangsdatum van 60 jaar die, behoudens overgangrecht, vanaf 1 januari 2006 niet meer toegestaan is. De nieuwe pensioeningangsdatum wordt 65 jaar.

Nieuwe pensioenregelingen pensioenbrief per 1 januari 2006

In verband met eerdergenoemde gewijzigde wet- en regelgeving dienen alle pensioenregelingen te worden aangepast. Dit geldt ook voor de pensioenregeling van de directeurgrootaandeelhouder die pensioen opbouwt bij zijn eigen (besloten) vennootschap. De vorige wijziging in de pensioenwetgeving is net achter de rug (1 juni 2004) en nu moeten de pensioenbrieven wederom worden aangepast.

De belastingdienst zal iedere werkgever eind 2005 een formulier toesturen waarin zij verzoeken te verklaren dat de pensioenregeling op 1 januari 2006 voldoet aan de fiscale kaders die vanaf 1 januari 2006 voor de pensioenregelingen gelden. Is uw pensioenregeling nog niet aangepast aan de nieuwe eisen, neemt u dan contact op met uw verzekeringsadviseur. Uiteraard kunnen en willen wij u hierbij ondersteunen.

De nieuwe levensloopreling

De levensloopregeling voor werkgevers

De levensloopregeling treedt per 1 januari 2006 in werking en zorgt ervoor dat uw werknemers een deel van hun brutosalaris kunnen sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren.

De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals: zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof, verlof voorafgaand aan pensioen en overige onbetaalde verloven.

Maar wat gaat dit voor u betekenen?

U bent verplicht uw werknemers de mogelijkheid te bieden om mee doen aan de levensloopregeling, maar u moet wel controleren of uw werknemer al meedoet aan de spaarloonregeling. Werknemers kunnen namelijk maar van één regeling gebruik maken ! U kunt kiezen voor het sluiten van een collectief levensloopcontract, maar u kunt uw werknemers niet verplichten hieraan deel te nemen. Als werkgever kunt u in overleg met de werknemer de periode en duur van het verlof bepalen tenzij het gaat om verloven waar de werknemer volgens de wet recht op heeft. Werknemers die thans sparen ingevolge de spaarloonregeling en hiermee na 1 januari 2006 doorgaan, kunnen, indien zij dat wensen er toch nog voor kiezen om in 2006 te sparen in de levensloopregeling. De voorwaarde is dat de stortingen in de spaarloonregeling in 2006 vóór 1 juli 2006 ongedaan worden gemaakt. Dit betekent dat het tot 1 juli 2006 gespaarde bedrag dient te worden teruggestort aan de inhoudingspichtige (werkgever), die het vervolgens als loon uitkeert aan de werknemer.


Voor uw administratie brengt de levensloopregeling de volgende wijzigingen met zich mee:

  • U stort een deel van het brutoloon van uw werknemer op de levenslooprekening;
  • Over deze storting is geen loonheffing verschuldigd, maar wel de gebruikelijke premies voor de werknemersverzekeringen;
  • Als de werknemer het tegoed wil opnemen, keert de financiële instelling aan u uit;
  • U houdt dan de loonheffing in;
  • Vervolgens betaald u het netto tegoed uit aan uw werknemer.

De nieuwe levensloopregeling voor werknemers / directeur grootaandeelhouders (DGA’s)

De werknemer, ook de directeur groot aandeelhouder, mag jaarlijks maximaal 12% van het brutoloon dat hij in dat jaar verdient sparen. In totaal mag er tot 210% van het brutojaarloon gespaard worden. Oudere werknemers (die op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 jaar waren) hebben geen maximum van 12% per jaar. Zij hoeven zich alleen te houden aan het totale maximum van 210%.

Per jaar dat er geld wordt ingelegd in de levensloopregeling krijgt de werknemer het recht op een korting van

€ 183 op de te betalen loonheffing.

Over het gespaarde brutoloon wordt geen loonbelasting ingehouden. Wel wordt over de inleg op de levensloopregeling de premies voor de werknemersverzekeringen ingehouden.

Het bedrag dat uw werknemer maximaal mag opnemen, mag niet meer bedragen dan het maandloon dat de werknemer direct voorafgaand aan de verlofperiode ontving. Tevens moet hierbij ook rekening worden gehouden met een loondoorbetaling aan de werknemer.

De werknemer mag de levensloopregeling zo vaak voor onbetaald verlof gebruiken als hij of zij wil. Het tegoed kan immers steeds weer worden aangevuld tot de maximale 210%.

Uw werknemer met een prépensioenregeling kan kiezen voor de mogelijkheid om de per 1 januari 2006 bestaande prépensioenafspraken af te kopen en dit bedrag zonder belastingheffing in de nieuwe levensloopregeling te storten. Hierbij mag de storting meer zijn dan de voorgeschreven maximale grens van 12% van het bruto jaarsalaris, maar niet meer dan het totale maximum van 210%.

Als uw werknemer met pensioen gaat en er is nog een tegoed, krijgt hij of zij het opgebouwde tegoed de dag voordat het pensioen ingaat in één keer uitgekeerd samen met de opgebouwde levensloopkorting. Er moet dan in één keer belasting worden betaald over het hele spaartegoed als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Fiscale oudedagsreserve (F.O.R.) afstorten in een lijfrente

De mogelijkheden voor vervroegd pensioen worden zoals eerder genoemd per 1 januari 2006 beperkt. Lijfrentekapitaal opbouwen na 1 januari 2006 ter overbrugging tot de 65 jarige leeftijd, zal niet meer mogelijk zijn. Heeft u een fiscale oudedagsreserve (F.O.R.) en u wilt hiervoor een overbruggingslijfrente bedingen, dan is dit nog tot 31 december 2005 mogelijk. Uiteraard moet het totale bedrag van de fiscale oudedagsreserve (F.O.R.) dan wel worden afgestort naar een verzekeringsmaatschappij.


Per 1 januari 2006 één gecombineerde digitale loonaangifte

Zoals reeds gemeld in Schotvaardig nummer 13 moeten alle werkgevers vanaf 1 januari 2006 periodiek elektronisch één gecombineerde loonaangifte doen voor de loonbelasting, de premies volksverzekeringen, de premies werknemersverzekeringen en de zorgverzekeringswet.

De aangifte en afdracht moet uiterlijk binnen 1 kalendermaand na afloop van het aangiftetijdvak (één kalendermaand of vier weken) plaatsvinden.

Als werkgever hoeft u alleen nog maar uw loongegevens en / of wijzigingen aan de belastingdienst te verstrekken. De belastingdienst geeft de loongegevens door aan het UWV.

Vanaf 1 januari 2006

Andere zaken in het kader van de loonaangifte 2006:

  • Alle gegevens worden opgeslagen in “de polisadministratie”. De polisadministratie is leidend voor het vaststellen van ondermeer de premies en uitkeringen voor de ZW, WW en WAO/WIA.
  • U moet een nieuwe werknemer aanmelden voordat hij/zij bij u aan het werk gaat. Dit is de zogenaamde “eerstedagsmelding”. Het niet nakomen van deze verplichting kan tot naheffingsaanslagen en hoge boetes leiden.

De WIA is de opvolger van de WAO

Op 1 januari 2006 wordt de WAO vervangen door de wet Werken Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). De WIA probeert werknemers en werkgevers samen te laten werken om op zoek te gaan naar een oplossing tegen arbeidsongeschiktheid.

Er zijn 3 soorten arbeidsongeschiktheid in de WIA:

( het percentage geeft het loonverlies aan)

- Minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. In dit geval blijft de werknemer in dienst bij de werkgever en moeten ze samen naar een oplossing zoeken om de arbeidsrelatie voort te zetten;

- Tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt of meer dan 80% maar wel kans op herstel. Deze werknemers vallen onder de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). De WGA zorgt ervoor dat de werknemer een aanvulling op het loon krijgt en wel op een zodanige wijze dat meer werken voor de werknemer financieel aantrekkelijk is;

- Meer dan 80% arbeidsongeschiktheid en geen kans / uitzicht op herstel. De werknemer heeft recht op een uitkering via de IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten).

Er is onder voorwaarden een mogelijkheid om als werkgever te kiezen om eigenrisicodrager voor het WGA-gedeelte te worden, dan wel het risico te verzekeren bij een private verzekeraar. In 2006 kunnen alleen grote werkgevers eigenrisicodrager worden (loonsom over het jaar 2003 minimaal € 642.500). De huidige eigenrisicodragers voor de WAO worden per 1 januari 2006 automatisch eigenrisicodrager voor de WGA-regeling. De werkgever kan bij het UWV aangeven dit niet te willen. Vanaf 2007 hebben alle werkgevers de keuze of ze uittreden uit het publieke stelsel of bij het UWV blijven.

Indien u als werkgever verzekerd bent bij het UWV, dan is het UWV verantwoordelijk voor de reïntegratie. U betaalt vanaf 2007 een basispremie en een gedifferentieerde premie. De gedifferentieerde premie verschilt per bedrijf en is afhankelijk van het aantal werknemers dat in uw bedrijf arbeidsongeschikt is geworden. In 2006 betaalt u alleen de basispremie en deze is voor alle werkgevers gelijk.

Indien u eigenrisicodrager bent, bent u zelf verantwoordelijk voor de reïntegratie. Een werkgever die eigenrisicodrager is voor de WGA draagt zelf de lasten van zijn werknemers. De eigenrisicodrager hoeft geen gedifferentieerde WGA-premie te betalen, maar alleen de basispremie.

Het WGA-Gat

Mensen die volgens de nieuwe wetgeving de vervolguitkering ontvangen, vallen na de loongerelateerde uitkering sterk terug in inkomen. Voor een deel komt dit omdat zij niet meer werken, dit is het zogenaamde ww-deel. De rest van deze terugval is het gevolg van de WGA: het WGA-gat. Voor dit hiaat hebben verzekeraars de WGA-gatverzekering ontwikkeld, die alleen dekking biedt voor het arbeidsongeschiktheidsdeel van de inkomensterugval.


De nieuwe zorgverzekering

Vanaf 1 januari 2006 gaat het zorgstelsel veranderen. Vanaf deze datum is er één wettelijke zorgverzekering voor iedereen. Het verschil tussen ziekenfonds en particuliere verzekeringen verdwijnt en er komt een voor iedereen geldende basisregeling. De premie voor de nieuwe zorgverzekering bestaat uit twee delen.

Allereerst de verzekeringspremie die moet worden betaald aan uw zorgverzekeraar. Iedereen van 18 jaar en ouder betaalt voor het wettelijk basispakket de nominale premie. Kinderen onder de 18 jaar moeten wel worden verzekerd maar betalen geen premie. De hoogte van de te betalen premie loopt uiteen van € 1.070 tot ongeveer € 1.190. Dit bedrag is exclusief aanvullende verzekering en is onafhankelijk van leeftijd, geslacht, gezondheid en inkomen. De prijs voor het basispakket is voor iedereen gelijk. Deze basisregeling komt, wat betreft de verstrekkingen, ongeveer overeen met het huidige ziekenfondspakket. Als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, bestaat er ook nog recht op een maandelijkse tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie, de zogenoemde zorgtoeslag. Deze zorgtoeslag moet teruggevraagd worden bij de belastingdienst.

Het tweede deel van de premie is de inkomensafhankelijke bijdrage via de belastingdienst. Iedereen die een inkomen heeft, is voor de zorgverzekering ook een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd. De werkgever is verplicht deze premie volledig te vergoeden. De bijdrage is 6,5% en zal tot een maximale inkomensgrens van circa € 30.015 worden geheven. Wel moet er over de vergoeding van de werkgever belasting betaald worden.

Voor ondernemers geldt ook de nominale premie en de inkomensafhankelijke bijdrage. De inkomensafhankelijke premie bedraagt 4,4% van het belastbaar inkomen, ook met een maximale inkomensgrens van naar verwachting € 30.015. De inkomensafhankelijke premie wordt geïnd door de belastingdienst.


Auto van de zaak in 2006 onder de heffing van de loonbelasting

Vóór 1 januari 2006 werd de bijtelling privé-gebruik auto belast in de inkomstenbelasting. De werknemer gaf het privé-gebruik van de auto van de zaak aan via zijn aangifte inkomstenbelasting. Vanaf 1 januari 2006 moet de werkgever over de bijtelling loonbelasting en premies volksverzekeringen inhouden en afdragen. De bijtelling kan achterwege blijven als de werknemer de auto per jaar voor minder dan 500 privé-kilometers gebruikt. De werkgever moet het privé gebruik van de auto gaan controleren. Dit maakt het voor de werkgever niet eenvoudig, omdat de werkgever zich dan moet gaan bemoeien met het privé gedrag van de werknemer. Indien de werkgever de bijtelling niet heeft toegepast, omdat er volgens de werknemer een kilometeradministratie aanwezig is, en dit naderhand niet blijkt te kloppen, zal de werkgever dit moeten corrigeren en kan er een boete worden opgelegd. Als werkgever moet u met uw werknemer goede afspraken maken om verloning achteraf, naheffing en boetes te voorkomen. Bij werknemers die mogelijk onder de vijfhonderdkilometergrens blijven, heeft de werkgever de keuze. De bijtelling wordt voor de zekerheid toegepast of de bijtelling blijft achterwege. De werkgever en werknemer moeten bij de laatste optie goede afspraken maken, met name over een goede kilometeradministratie en de controle hierop, die ook daadwerkelijk moet plaatsvinden.

De wetgever heeft een voorstel ingediend om de werkgever toch te ontzien en de bewijslast bij de werknemer te leggen. Dit kan door middel van een zogenaamde “ verklaring geen privé gebruik auto” die de werknemer kan downloaden van de belastingsite: www.belastingdienst.nl. De inspecteur geeft deze verklaring af op verzoek van de werknemer. De werknemer geeft vervolgens de verklaring aan de werkgever, die dan geen rekening hoeft te houden met privé gebruik. De werkgever kan vanaf 1 januari 2006 ook een afschrift van een verzoek om een verklaring maximaal drie maanden beschouwen als een “verklaring geen privé gebruik”.

Tevens wordt een bestelauto niet aangemerkt als een ter beschikking gestelde auto indien de bestelauto buiten werktijd niet gebruikt kan worden (de auto blijft op terrein van de werkgever). Er wordt dan geen bijtelling toegepast.

Er wordt ook geen bijtelling toegepast als de werkgever een verbod op privé-gebruik oplegt aan de werknemer. Er is sprake van een verbod op privé gebruik indien:

  1. het verbod schriftelijk is vastgelegd;
  2. de werkgever de schriftelijke vastlegging bij de loonadministratie bewaart;
  3. de werkgever voldoende toezicht houdt op de naleving van het verbod, en;
  4. de werkgever een passende sanctie oplegt indien het verbod wordt overtreden.

In de situatie dat een bestelauto door meerdere werknemers wordt gebruikt, wordt het privé-gebruik door middel van een eindheffing van € 300 bij de werkgever belast. De betreffende werknemers hebben dus geen bijtelling.

Eigen bijdrage

De eigen bijdrage wegens het privé-gebruik van de auto van de zaak mag in mindering worden gebracht op de bijtelling. Dit betreft dus de eigen bijdrage wegens het privé gebruik, niet de bijdrage voor andere doeleinden. Je kan hierbij denken aan een bijdrage i.v.m. een duurdere auto.


Volledige aftrek van BTW voor goederen die ook privé worden gebruikt?

Ondernemers (ook DGA’s) die ondernemer zijn voor de BTW kunnen volledige teruggaaf krijgen van de omzetbelasting die is betaald voor goederen die tot het ondernemingsvermogen voor de BTW behoren. Ook als deze goederen deels privé worden gebruikt. Dit is de conclusie na een recente uitspraak van het Europese hof. Op dit moment is een correctie wegens privé-gebruik niet aan de orde. Voor de correctie voor privé-gebruik zal de wetgever een wetswijziging moeten maken. Hierdoor zal er in de toekomst alsnog BTW moeten worden afgedragen over het privé-gebruik, maar hoeveel is nog onbekend!


“ Eindejaarstips”

Stel investering of desinvestering uit!

De grens voor de investeringsaftrek (€ 258.000) en de termijn van de desinvesteringsbijtelling (5 jaar) moeten u aan het einde van het jaar bezig houden. U moet zelf beoordelen of het (fiscaal) verstandig is om in 2005 of in 2006 te (des) investeren. Raadpleeg ons in voorkomende situaties.

Mogelijkheid voor een voorziening:

Denkt u in de toekomst kosten te moeten gaan maken die verband houden met de bedrijfsuitoefening van de afgelopen jaren, laat het ons dan weten. Wij zullen beoordelen of wij een voorziening kunnen vormen bij het samenstellen van de jaarrekening.

Identificatie en VAR’S!

Zorg dat u van alle personen die voor u werken, werknemers en ondernemers, een geldige “identificatie” heeft. Tevens moet de werkgever blijven beseffen dat in eerste instantie hij verantwoordelijk is voor de verklaring arbeidsrelatie. Het kan veel naheffingen voorkomen! Voegt u een nieuwe kopie van het identiteitsbewijs toe, gooi de oude kopie nooit weg!!

Vaste kostenvergoeding

Zorg voor een goede onderbouwing van de vaste kostenvergoeding. Ook dit kan veel naheffingen besparen!

Weinig schuld op uw eigen woning?

Het kan, indien de schuld op uw eigen woning heel laag is, verstandig zijn uw eigenwoningschuld af te lossen. Per 1 januari 2005 is hier namelijk een extra aftrek voor ingesteld.

Uiteraard kunnen wij u over alle onderwerpen met raad en daad bijstaan.