Laatste nieuws



Nieuwe regels fiscaal partnerschap

Tot 1 januari 2011 konden ongehuwd samenwonenden kiezen voor fiscaal partnerschap. Vanaf 2011 worden hiervoor extra voorwaarden gesteld.

Ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staan ingeschreven, zijn fiscale partners als aan 1 of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- zij hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten;

- zij hebben samen een kind;

- een van de partners heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend;

- zij zijn als partner aangemeld voor een pensioenregeling;

- zij zijn allebei eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is.

 

 

Werkkostenregeling

Per 1 januari 2011 is door de belastingdienst de nieuwe werkkostenregeling ingevoerd voor vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. U kunt hierbij denken aan onkostenvergoedingen (zoals reiskosten, studiekosten, telefoon- en internetkosten), maar ook bijvoorbeeld kerstpakketten, geschenken en personeelsfeestjes. Deze nieuwe regeling vereist een herbeoordeling van alle vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers.


Er is sprake van een overgangsregeling. Voor de jaren 2011 t/m 2013 kunt u jaarlijks een keuze maken tussen de oude regeling en de nieuwe regeling, maar vanaf het jaar 2014 is de nieuwe regeling voor alle werkgevers verplicht.


Onder de oude, "huidige", regeling voor vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers zijn er vele verschillende regels met eigen vrijstellingen en vereisten voor onbelaste vergoeding aan uw werknemers.

Uitgangspunt van de nieuwe werkkostenregeling is dat in principe alle vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers loon zijn. U mag echter een bedrag ter grootte van 1,4% van uw fiscale loonsom per jaar onbelast aan uw werknemers vergoeden. Dit forfait geldt voor uw totale personeelsbestand en hoeft dus niet per werknemer berekend te worden. Indien het totaal aan vergoedingen en verstrekkingen hoger is dan het forfait van 1,4%, bent u als werkgever een eindheffing verschuldigd van 80% over het meerdere. Eventueel mag u er ook voor kiezen om bepaalde kosten niet onder de werkkostenregeling te laten vallen, maar deze direct als volledig belaste vergoeding te verwerken.

Voor een aantal specifiek benoemde vergoedingen is bepaald dat deze niet meetellen bij de berekening van het totaal aan vergoedingen. Deze gerichte vrijstellingen betreffen bijvoorbeeld de onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal 19 cent per kilometer (woon-werkverkeer en zakelijke kilometers), vergoeding van studiekosten en maaltijden bij overwerk. Ook de kosten van de mobiele telefoon blijven buiten de werkkostenregeling indien deze telefoon tenminste 10% zakelijk gebruikt wordt. De vergoeding van de telefoon en internet bij de werknemer thuis vallen wel volledig onder de werkkostenregeling!

Daarnaast tellen ook de zogenaamde "intermediaire kosten" niet mee bij de bepaling van het totaalbedrag aan kostenvergoedingen. Dit zijn kosten van de werkgever die de werknemer voorschiet en welke de werknemer later van de werkgever terugkrijgt. Een voorbeeld is een werknemer die bij de boekhandel kantoorartikelen voor op kantoor koopt en deze kosten vervolgens bij de werkgever declareert. Ook de declaratie van kosten voor parkeren, autowassen en benzine door de werknemer met een auto van de zaak vallen onder de intermediaire kosten.

 

Alle vergoedingen/verstrekkingen die onder de nieuwe werkkostenregeling vallen, dienen te voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. De waarde mag niet meer dan 30% afwijken van wat in dezelfde overeenkomstige omstandigheden (bijvoorbeeld in de sector) gebruikelijk is. Is het verschil groter dan 30%, dan dient het meerdere als normaal belast loon beschouwd te worden.

 

Eventuele afspraken met de belastingdienst over vergoedingen/verstrekkingen aan het personeel komen bij keuze voor de nieuwe werkkostenregeling te vervallen. Deze zullen dus opnieuw met de belastingdienst gemaakt dienen te worden.

 

Indien een werknemer nu een vaste onkostenvergoeding ontvangt, dient deze vergoeding opnieuw beoordeeld te worden. De vaste vergoeding kan onder de nieuwe regeling in principe in het forfait gerekend worden.

 

Indien u met uw totale vergoedingen / verstrekkingen boven het forfait van 1,4% uitkomt, is het verstandig om te beoordelen of in de vaste vergoeding wellicht intermediaire kosten opgenomen zijn. Indien dat het geval is, zou u deze voortaan op declaratiebasis kunnen gaan vergoeden. Hiermee vallen deze buiten de werkkostenregeling en kunt u dus besparen op de 80% eindheffing.

 

Het kan voordeliger zijn om al in de overgangsjaren 2011 t/m 2013 te kiezen voor de nieuwe werkkostenregeling. In andere gevallen kan echter de huidige regeling voordeliger zijn. Deze keuze dient elke werkgever op basis van de eigen (salaris)administratie te maken.

 

 

Schenkingen
Belastingvrije schenkingen door ouders aan hun kinderen zijn voor 2011 gemaximeerd tot 5.030 (2010, 5.000).
 
Eenmalige schenkingen in 2011 aan kinderen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar zijn vrijgesteld tot een bedrag van 24.144 (2010, 24.000). In tegenstelling tot de eerder genoemde schenkingen moeten deze wel worden aangegeven aan de fiscus.

 


Bruto minimumloon
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon per 1 juli 2011.
Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het bruto minimumloon bij een volledig dienstverband per 1 juli 2011:

Per maand € 1.435,20

Per week € 331,20

Per dag € 66,24


 

Versneld afschrijven ook in 2011

De tijdelijke maatregel om bepaalde investeringen gedaan in 2009 en 2010 versneld af te schrijven, is (weer) met één jaar verlengd. 


Auto van de zaak
Zoals bij u bekend, vindt de bijtelling voor de auto van de zaak plaats via het salaris.
Hiervoor hebben wij destijds bij u de fiscale waarde van de betreffende auto(‘s) opgevraagd.
 
Wanneer er echter iets verandert bij uzelf of bij één van uw werknemers, moet dit in de maand
waarin deze verandering plaatsvindt verwerkt worden in de digitale loonaangifte.
Wij verzoeken u dit dan ook direct aan ons door te geven, zodat wij voor de juiste bijtelling en
afdracht loonheffingen kunnen zorgdragen.

Voorbeelden van wijzigingen zijn:
Wanneer iemand een auto krijgt; Wanneer Wanneer iemand een andere auto ter beschikking krijgt;
Wanneer iemand géén auto meer ter beschikking heeft.

Dit geldt ook als er tijdelijk in een huurauto gereden wordt, in afwachting van een nieuwe auto.
Bijvoorbeeld bij het einde van een lease contract of bij schade, waarbij de huidige auto total-loss is en u in afwachting bent van een nieuwe auto.

 

 
Verklaring géén privé-gebruik auto
Beschikt u of één van uw werknemers over een “verklaring géén privé-gebruik auto” en gaat er
iets veranderen, dan dient u of uw werknemer deze wijziging aan de belastingdienst door te geven via het formulier “wijzigen of intrekken verklaring géén privé-gebruik auto”.

Dit formulier kunt u downloaden op de site belastingdienst.nl

Voorbeelden zijn: Wanneer u of uw werknemer een andere auto krijgt;
U of Uw werknemer gaat meer dan 500 kilometer per jaar privé rijden;
Wanneer er géén auto meer ter beschikking gesteld wordt.

 
Wist u dat...
- Als er een kilometerregistratie wordt bijgehouden, dit 5 jaar bewaard dient te worden.
- Als u nu bijtelling heeft en u wilt een kilometerregistratie gaan bijhouden, omdat u bijvoorbeeld vanaf november van enig jaar niet meer privé gaat rijden, dan wordt de bijtelling niet meer toegepast vanaf 1 januari van het volgende jaar.

De 500 kilometergrens wordt getoetst vanaf 1 januari tot en met 31 december van enig jaar.

- Als u uw werknemer een geschenk geeft, dit in de maand van verstrekking aan ons doorgegeven
moet worden, zodat de eindheffing over dit geschenk in de juiste loonperiode afgedragen wordt.

 

Wij houden ons niet aansprakelijk voor eventuele onjuiste berichtgeving op deze pagina.
Tevens wijzen wij u erop dat de aangeboden berichtgeving is samengevat en daardoor wellicht niet volledig.
Voor een persoonlijk advies kunt u contact met ons opnemen.